Angststoornis

angst

Angststoornissen

Iedereen is wel eens gespannen of ergens bang voor. Dat is normaal. Angst is ook nuttig, omdat het ons waarschuwt voor gevaarlijke situaties. Maar soms is de angst te hoog ten opzichte van het gevaar. Als de angst zo heftig is en zo vaak voorkomt dat u er last van krijgt in uw dagelijkse leven, spreken we van een stoornis. U kunt bijvoorbeeld op uw werk niet meer goed functioneren, of uw angst belemmert u bij uw relatie en sociale contacten. Er zijn verschillende vormen van angsten die voor kunnen komen en in deze brochure worden ze kort omschreven.

Therapie bij angststoornissen

Therapie richt zich vooral op het veranderen van uw gedrag om zo de angst te overwinnen. Mensen met angststoornissen gaan dat waar ze bang voor zijn uit de weg. U heeft de neiging om te vermijden. Logisch, want u bent bang. Op de korte termijn helpt het ook om te vermijden, want u wordt minder bang. Maar op de lange termijn zorgt dit gedrag ervoor dat uw angst blijft voortduren en zelfs groter wordt.

Daarnaast spreekt de therapie gaat over uw manier van denken aan. Mensen met angststoornissen denken vaak negatief en denken vaak dat de kans op gevaar heel groot is. U denkt misschien dat de kans dat u iets ergs overkomt heel groot is, of dat het heel erg is dat anderen aan u merken dat u bang bent. De vraag is of dat waar is? Zijn deze gedachten wel realistisch?

De uiteindelijke behandeling is ook afhankelijk van de mogelijkheden en wensen van de cliënt.

Vormen van angststoornissen

Paniekstoornis

Paniekaanvallen zijn plotseling optredende, kortdurende periodes van heftige angst die gepaard gaan met allerlei lichamelijke sensaties, zoals onder andere hartkloppingen, zweten, trillen en benauwdheid. U bent tijdens een paniekaanval bang om dood te gaan of de controle over uzelf te verliezen.

Agorafobie

Agorafobie (ook wel ‘straatvrees’ of ‘pleinvrees’ genoemd) is de angst om alleen, dus zonder een vertrouwd persoon, in een openbare ruimte te zijn, of in een ruimte waar u niet zo makkelijk weg kunt. U vermijdt bijvoorbeeld drukke winkels, de bioscoop en het openbaar vervoer. Soms durft u ook niet meer alleen het huis uit te gaan, of met uw eigen auto te reizen. Hierdoor wordt uw angst op de lange termijn juist erger.

Obsessief-compulsieve stoornis

De obsessief-compulsieve stoornis, ook wel dwangstoornis genoemd, bestaat uit twee componenten:
(1) steeds terugkerende gedachten waar men angstig van wordt (obsessies), en
(2) terugkerende handelingen die bedoeld zijn om deze angst weer te doen verdwijnen (dwanghandelingen of compulsies).

U denkt bijvoorbeeld steeds: ‘ik word misschien besmet met een virus’ (obsessie), en u wast vervolgens uw handen vaak en langdurig (compulsie). Een ander voorbeeld is dat u denkt ‘heb ik het gas wel uitgedraaid? Straks komt er brand door mijn schuld’ (obsessie) en u steeds gaat controleren of het gas wel of niet is uitgedraaid (compulsie). Meestal bent u veel tijd kwijt aan het uitvoeren van de dwanghandelingen.

Sociale angststoornis

Wanneer u een sociale angststoornis, ook wel sociale fobie genoemd, heeft, bent u angstig of heel gespannen in diverse sociale situaties.
Situaties waarin u met anderen te maken krijgt, zoals pauzes op het werk, vergaderingen, verjaardagen, feestjes, in gesprek (kunnen) raken of met iemand uitgaan, het geven van een voordracht, het spreken in het openbaar, in het middelpunt van de belangstelling staan, roepen allemaal veel angst en spanning op en zult u die het liefst uit de weg gaan.

Specifieke fobiën

Wanneer u een specifieke fobie heeft, bent u heel erg bang voor één specifieke situatie en heeft u er veel last van in uw dagelijkse leven.
Specifieke fobieën kunnen op veel gebieden voorkomen. Er zijn vijf subtypen: dierfobieën (bv. honden, spinnen, etc.), fobieën voor de natuurlijke omgeving (bv. onweer, hoogtevrees), bloed-, injectie- en letselfobieën (injecties, medische ingrepen), situationele fobieën (vliegangst) en andersoortige fobieën (braken). U gaat de angstige situatie uit de weg, maar daardoor wordt de angst op de lange termijn erger.

Gegeneraliseerde angststoornissen

Bij een gegeneraliseerde angststoornis, ofwel piekerstoornis, is er sprake van veel en vaak piekeren over allerlei dagelijkse onderwerpen. U piekert bijvoorbeeld: ‘als mijn partner maar geen ongeluk krijgt’, ‘wat als ik de bus morgen mis naar een belangrijke afspraak?’, ‘hoe moet ik dat meningsverschil met mijn vriendin nou aanpakken?’ of ‘als ik maar niet ziek word met dat feest’. Houdt hierbij wel rekening met dat de angst zo heftig is en zo vaak voorkomt dat u er last van krijgt in uw dagelijkse leven. Dan pas spreken we van een stoornis.

Posttraumatische stress-stoornis

Wanneer u een ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt, zoals een ongeluk, verkrachting of een overval, kunt u daarna last krijgen van herbelevingen en nachtmerries.
Ook kan het zijn dat u voortdurend waakzaam bent en snel schrikt. U merkt ook dat u liever niet meer aan de nare gebeurtenis wilt denken. En dat u allerlei dingen die ermee te maken hebben uit de weg gaat, zoals de plaats waar het gebeurd is of televisieprogramma’s die u aan het trauma doen denken. Hierdoor wordt de angst voor de herinneringen op de lange termijn alleen maar erger.

Hypochondrie

Bij hypochondrie heeft u angst, of bent u er zelfs van overtuigd dat u een ernstige ziekte heeft, terwijl medisch onderzoek keer op keer geen afwijkingen aantoont. Deze angst of overtuiging is meestal gebaseerd op een verkeerde interpretatie van allerlei lichamelijke klachten.

Vaak houdt u onschuldige lichamelijke verschijnselen, zoals het hart dat een keer overslaat, een pijntje, een vlekje of een puistje, voor iets ernstigs, zoals een hartinfarct, kanker of aids. U houdt daarom uw hun lichaam scherp in de gaten of controleert het regelmatig, waardoor de angst op lange termijn alleen maar groter wordt. Daarnaast probeert u geruststelling te zoeken voor uw angsten. Eerst bij uw partner of gezinsleden, maar als dat onvoldoende is, zoekt u ook geruststelling bij artsen. Ook vermijdt u allerlei zaken. U wilt bijvoorbeeld niets meer horen of lezen over andere zieke mensen, omdat u dat op uzelf zou kunnen betrekken.

bron: vgct.nl